|

Inhoud:
- Inleiding
-
Werkwijze
-
Uitkomsten
- Conclusies
Downloadbare
versie (Adobe Acrobat, pdf
451kb)
Downloadbare versie
(Ms Word 867kb)
en
Bijlage
(Ms Word
169kb)
Terug naar:
Bredeschoolplein |

Proces Management Primair Onderwijs/
PMPO
Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn/ NIZW Jeugd
Adriana Balke
Marja Valkestijn
Carolien Gelauff-Hanzon
Jantine Kriens
30 oktober 2002

De ministeries van OCenW en VWS hebben in het kader
van de landelijke taken van de overheid ten aanzien van de brede school PMPO
en NIZW de opdracht gegeven de dialoog brede school vorm te geven.
De doelstellingen en opbrengstverwachtingen van de dialoog zoals in de
opdracht geformuleerd zijn:
- Uitwisseling kennis en ervaringen tussen actoren in het werkveld;
- Overdracht van uitkomsten van de uitgezette onderzoeken en
verkenningen;
- Discussie over deze uitkomsten tussen actoren in het werkveld;
- Identificeren van succesfactoren, succesvolle aanpakken en knelpunten;
- Formuleren van aanbevelingen met duidelijke vermelding van
probleemeigenaren;
- Probleemeigenaren informeren over deze aanbevelingen en knelpunten;
- Uitkomsten van voorgaande stappen en reactie van de probleemeigenaren
terugmelden aan het werkveld.
De dialoogpunten zoals die in de notitie brede scholen van februari 2000
zijn benoemd als input voor de dialoog met het veld: geen extra belasting
maar minder ballast; participatie van ouders en kinderen; gemeenten en
instellingen, partners in de brede school. Daar is later nog het onderwerp
'sociale competentie' als verkenning aan toegevoegd.
Dit eindverslag van de dialoog brede school is bedoeld om naar de
opdrachtgevers de ministeries van OCenW en VWS de uitkomsten van de dialoog
te rapporteren en conclusies te formuleren. Tevens is deze notitie bedoeld
om de deelnemers aan de dialoog te informeren.
PMPO en NIZW hebben voor de uitvoering van de dialoog samenwerking
gezocht met een aantal partners die in een werkgroep en bij de bijeenkomsten
actief hebben meegewerkt aan voorbereiding en uitvoering van de dialoog. De
deelnemers aan de werkgroep zijn: de VNG, de VOS/ABB, de Besturenraad PCO en
de VBKO, en een vertegenwoordiger van de commissie
Dagarrangementen/Projectgroep Dagindeling. Tevens hebben twee
vertegenwoordigers van het ministerie van OCenW mede namens het ministerie
van VWS aan de werkgroep deelgenomen.
De vooraf bedachte werkwijze is na overleg met het communicatiebureau
Kwikkers dat de dialoog feitelijk heeft uitgevoerd enigszins aangepast.
Centrale vraag daarbij was hoe voer je nu een echte dialoog met betrokkenen
op alle niveaus en van allerlei soorten organisaties?
Daarover leest u meer in het hoofdstuk over de gevolgde werkwijze. In het
hoofdstuk over de uitkomsten kunt u lezen wat die uitkomsten zijn en hoe
daar door veel verschillende soorten betrokkenen in de gemeenten Zaltbommel,
Hoogeveen, Rotterdam en Den Bosch is meegewerkt. We geven een sfeerimpressie
van de bijeenkomsten in Den Bosch en Zaltbommel. Vervolgens trekken we
conclusies ten aanzien van de doelstellingen en de dialoogthema's.
Naar boven

In het communicatieplan brede school werd een werkwijze voorgesteld die
bestond uit:
- het instellen van een werkgroep;
- het samenstellen van een startnotitie die als input zou worden
gebruikt voor de bijeenkomsten en de digitale discussie;
- Vier x twee regionale bijeenkomsten van minimaal 25 personen;
- Een slotconferentie van 200 personen.
2.1 De werkgroep
Er is enthousiast gereageerd op de vraag van PMPO en NIZW aan de
landelijke besturenorganisaties van het onderwijs om deel te nemen aan een
werkgroep die de dialoog brede school moest begeleiden. Ook de stuurgroep
dagindeling vond het belangrijk vertegenwoordigd te zijn in de werkgroep. De
meeste leden van de werkgroep hebben later ook instemmend gereageerd op het
verzoek om facilitator te worden bij de lokale bijeenkomsten en daar ook
gezamenlijk een training voor gevolgd. Dat betekent dat de leden van de
werkgroep op twee van de lokale bijeenkomsten in deze hoedanigheid aanwezig
zijn geweest. Het was voor de meesten even wennen om op die bijeenkomst een
rol te vervullen die tegenovergesteld is aan de rol van deskundigen die de
meesten daar veelal vervullen. Dit keer waren de deelnemers aan de dialoog
de deskundigen en de deelnemers van de werkgroep hielpen hen in de rol van
facilitator om zo goed mogelijk hun eigen kennis, vragen, dilemma's te
bespreken. Hoewel dit idee van werkgroepleden als facilitator uit
budgettaire overweging was gekozen bleek het een gouden greep om als
vertegenwoordigers van landelijke clubs op deze manier een kijkje in de
keuken te kunnen nemen bij de lokale brede school. De werkgroep heeft verder
een rol gespeeld bij publiciteit en bij het ordenen van de uitkomsten en het
formuleren van conclusies en aanbevelingen.
2.2 De startnotitie
De startnotitie is in overleg met de deelnemers van de werkgroep door
Marieke Dawson en Rein Zunderdorp van Zunderdorp Beleidsadvies en management
opgesteld. Zij belichten hierin de context, de doelstellingen, het begrip
sociale competentie en enkele kansen en risico's wat betreft specifieke
onderwerpen als participatie, de professional en multifunctionele
accommodaties. Tenslotte gaan zij in op de wijze van aansturing.
2.3 De bijeenkomsten
Er zijn offertes opgevraagd van 3 bureaus om de dialoog in de regionale
bijeenkomsten en slotbijeenkomst uit te voeren. Het bureau Communicatie &
Managament Kwikkers heeft de opdracht gekregen omdat het uitgesproken ideeën
heeft over de manier waarop een dialoog gevoerd kan worden met als doel zelf
een zo groot mogelijke en gezamenlijk gedeelde opbrengst te genereren.
Hierin past niet zozeer het uitgaan van andere, elders vergaarde kennis,
zoals uitkomsten van uitgezette onderzoeken en verkenningen in een
startnotitie. Uit de offerte van dit bureau: ''De lokale dialoog krijgt geen
externe input, anders dan een startvraag bij de bijeenkomst. De opzet voor
lokale ontmoeting is gericht op het maximaal in gesprek brengen van lokale
betrokkenen op basis van door deze betrokkenen zelf geformuleerde inhoud.
(…) De uitkomsten zijn wat de deelnemers bepalen dat zij zijn".
Uitgangspunt is de wens dat deelnemers niet alleen zullen discussiëren, maar
zich ook gezamenlijk verantwoordelijk voelen voor de uitkomsten en de
voortgang van het proces. Deze visie op het voeren van een dialoog werd in
de offerte gesteund door een aansprekend sprookje over Koning Kroon. Moraal
van dit verhaal is, in de woorden van Kwikkers "dat het bij een dialoog niet
zeker is dat de selectie die "een ander" maakt (ieder filtert immers de
opgeleverde informatie) voor het eigen beleid door mij als de juiste wordt
gezien. Het handelen van "de ander"zal ik dan als teleurstellend ervaren.
Onder tussen ben ik wel afhankelijk van wat "de ander" met "mijn inhoud"
besluit te doen. Omdat alleen de inhoud het resultaat is, ontstaan er geen
blijvende relaties tussen betrokkenen".
In de aanpak van Kwikkers "wordt de dialoog ingezet om gedeeld inzicht te
genereren. En draagt de dialoog bij aan samenwerking tussen betrokkenen,
zowel wat betreft het ontwikkelen van de inhoud, als het bewust worden van
verandering en verantwoordelijkheid voor beweging. De groep en de deelnemers
ontwikkelen afgestemde filters en kunnen de beweging benoemen"…."Zo ontstaat
een gedeelde context en betekenis, het gevoel erbij te horen, gelijkwaardige
participatie, interesse en actiebereidheid. Aan het eind van de bijeenkomst
hebben de deelnemers een gedeeld beeld van de belangrijke thema's".
Door het beroep op de ervaringsdeskundigheid van de deelnemers, en op de open uitwisseling en het belang van de manier waarop deze uitwisseling plaats vond, had de startnotitie tijdens de dialoogbijeenkomsten geen duidelijke rol. Wel kan het zijn dat mensen hier al tevoren via Bredeschool.net kennis van hadden genomen. Bij het slot van de discussiebijeenkomsten werd wel naar de digitale discussie, die uit de Startnotitie Brede Schoolontwikkeling in Nederland voortkwam, verwezen.
In het oorspronkelijk plan werd uitgegaan van 8 regionale bijeenkomsten en
een slotbijeenkomst. Per locatie zouden twee bijeenkomsten gepland worden,
één met beleidsmakers en ondersteuners, en één met uitvoerders en ouders.
Uiteindelijk zijn er vier lokale bijeenkomsten gehouden, waarin de
verschillende deelnemers als een grote groep met elkaar in debat gingen.
Deze mix van deelnemers zou een belangrijke meerwaarde vormen. De naam van
de slotbijeenkomst is veranderd in landelijke bijeenkomst om aan te geven
dat de dialoog niet stopt bij de landelijke bijeenkomst. Het karakter van de
landelijke bijeenkomst is aangepast en daarom is het totaal aantal geplande
deelnemers veranderd van 200 naar 80.
Methode
De lokale en landelijke bijeenkomsten werden georganiseerd volgens dezelfde
methode. Voor elke lokale bijeenkomst was 5 uur gepland. Aan elke
bijeenkomst werd een startvraag meegegeven, passend bij de stand van zaken
op de verschillende locaties.
De introductie was kort, bondig en informeel. Voor sommige deelnemers was
dit verrassend omdat zij dit anders gewend zijn. Voor andere deelnemers was
dit erg prettig en geruststellend. De bedoeling was om van aanvang af een
sfeer te creëren waarin mensen zelf aan de slag gingen. Dit lukte
uitstekend. Deelnemers lieten zich opwarmen door na te denken over
onderwerpen die hen na aan het hart lagen en deze op briefjes te noteren.
Door het lezen van elkaars briefjes lieten deelnemers zich op nieuwe ideeën
brengen.
Vervolgens werden de deelnemers uitgenodigd om rondom deze onderwerpen een
stelling te formuleren. Deze stelling moest "verkocht" worden aan de andere
deelnemers. Dit gebeurde als deze de stelling letterlijk en figuurlijk
onderschreven. Tijdens de "stellingenmarkt" ontstonden de eerste
interessante discussies. De kopers waren kritisch en een stelling kon dan
ook alleen met goede argumenten aan de man gebracht worden. Stellingen waar
voor geen klanten voor te vinden zijn, werden onverbiddelijk afgevoerd en
zouden verder geen onderwerp van gesprek meer vormen. Vervolgens werden de
stellingen zichtbaar voor alle deelnemers bij elkaar opgehangen. Gezamenlijk
werd benoemd welke stellingen thematische verwantschap vertoonden. Deze
stellingen werden samengevoegd, zodat er een werkbaar aantal stellingen
overbleven. Tegen de tijd dat het aantal stellingen door samenvoeging is
ingedikt, is er al heel wat denkwerk verricht. Benoemd werd vervolgens over
welk thema deze stellingen handelden. Daarna zochten de deelnemers
stellingen uit die zij graag wilden bespreken.
De deelnemers kregen een kleur toegewezen. Via deze kleurenindeling kreeg
elke deelnemer 3 rollen toebedeeld. Bij de gekozen stelling trad hij op als
discussie- deelnemer. Bij een andere discussie trad hij op als commentator.
In deze rol gaf hij gedurende een discussie over een andere stelling zijn
commentaar. Daarbij lette hij op inhoud en proces. Een andere rol die de
deelnemer kon vervullen was die van toeschouwer. In deze rol kon hij
waarnemen wat er tijdens de discussies over de verschillende thema's
gebeurde, zag hij wat er leefde, kon hij zich laten inspireren of scherpen,
maar mocht hij niet deelnemen.
De discussies werden geleid door een facilitator, die de deelnemers
uitnodigde tot discussie en deze discussies stil legde wanneer het tijd was
om de commentatoren aan het woord te laten.
Alle input werd door deze facilitator op flappen genoteerd, zodat de
deelnemers, commentatoren en toeschouwers de gemaakte opmerkingen
onmiddellijk in schrift op flap terug konden lezen. De laatste vijf minuten
werden conclusies getrokken. Deze conclusies werden ingeleverd bij de
organisatie. Als facilitator traden een aantal vertegenwoordigers van
opdrachtgevers en samenwerkende organisaties op. Hierdoor toonden zij de
deelnemers hun daadwerkelijke betrokkenheid en maakten zij het proces van
zeer direct mee.
Plenair werden de uitkomsten vervolgens kort per groepje gepresenteerd. Alle
uitkomsten werden uiteindelijk gezamenlijk neergelegd. Elke deelnemer kreeg
een aantal stikkers. Door het toekennen van stikkers werden de uitkomsten op
prioriteit gewogen. Daarmee werd uiteindelijk de opbrengst van de
bijeenkomst vastgesteld.
Deze opbrengsten werden snel daarna opgenomen op www.bredeschool.net.
Hier werden de stellingen, de thema's, de resultaten van de discussie en de,
door de deelnemers als belangrijkste uitkomsten van de discussies
weergegeven. Deze uitkomsten dienden als onderlegger voor de landelijke
bijeenkomst.
Zelfreferentie is een onderdeel van de gekozen discussie methode. Deze
zelfreferentie werd ondersteund door de humoristische, karikaturale
tekeningen die tijdens alle dialogen werden gemaakt. Deze leverden als het
ware hun eigen commentaar op alles wat er gezegd werd en vormden een
kleurige omlijsting.
2.4 Digitale discussie
Omdat er aan de lokale bijeenkomsten 'slechts' deelnemers uit 4 gemeenten
konden deelnemen is besloten op bredeschoolnet ook een digitale discussie te
voeren. Hier werden een aantal helder vormgegeven pagina's voor opgesteld.
Op basis van de startnotitie werden een negental discussievragen opgesteld.
De vragen worden ingeleid door een korte inleiding en begripsomschrijving.
Naar boven

3.1 Digitale discussie
Hieronder passeren de discussiepunten en de mate waarin
daarop gereageerd werd kort de revue.
1. Brede School, brede doelstellingen, met daaraan gekoppeld de vraag: zijn
de doelstellingen niet (te) breed? Dit punt heeft een viertal interessante
reacties opgeleverd, waarbij deelnemers daadwerkelijk op elkaars inbreng
reageerden.
2. Sociale competentie. De discussievraag die hier over gesteld wordt,
betreft een algemene voorwaarde om aan sociale competentie te kunnen werken.
Prikkelender was het wellicht geweest om te vragen welk belang dit onderwerp
heeft voor de ontwikkeling van kinderen, of de Brede School hieraan zou
kunnen en moeten bijdragen, hoe dit zou kunnen en waarin deze
verantwoordelijkheden liggen. De stelling leverde drie reacties op,
waaronder één van een leerkracht, die inderdaad ingaan op de voorwaarden tot
sociale competenties
3. Jeugdparticipatie. Ook hier betreffen de discussievragen randvoorwaarden.
Er kwamen twee reacties, waaronder een reactie van een leerkracht. Het is
jammer dat deze discussie hier stopte.
4. Ouderparticipatie. Hierbij wordt gevraagd naar (ervaringen met) een goede
methode. Er kwamen twee reacties, waaronder één van vanuit de kunst en
cultuurhoek.
5. De professional, in relatie tot taakverzwaring, en de vraag wat er nodig
is voor het tot stand komen van samenwerking. Een ondersteuner en een
beleidsmaker gaan naar aanleiding van deze vraag de discussie aan.
6. De voor en nadelen van een multifunctioneel gebouw. Met name bij dit punt
worden een aantal prikkelende vragen gesteld, waarin het perspectief van het
kind wordt meegenomen. Helaas zijn er maar twee reacties.
7. Sturing en samenwerking. De relatie tussen verticale sturing en
horizontale samenwerking wordt aan de orde gesteld. Hier zijn een drietal
reacties, waaronder een van een projectleider Brede School.
8. De rol van de gemeente. Wat wordt er van hen verwacht? Hierop zijn geen
reacties gekomen
9. De rol van het rijk. Zal deze zich niet actiever in moeten zetten door
middel van een financiële impuls en de harmonisatie van de eigen
regelgeving? Hierop kwamen drie reacties, waarom een van een student en van
de projectleider die ook op de vraag naar sturing en samenwerking reageerde.
De discussie leverde een aantal interessante reacties op,
maar stokte al snel omdat deze reacties op hun beurt geen vervolgreacties
opriepen. Er is geprobeerd om de vragen prikkelend te stellen. Opvallend is,
dat de vragen bij de meeste discussiepunten met name de randvoorwaarden
betreffen. Het is onwaarschijnlijk dat ouders en mensen die in de praktijk
op uitvoerend niveau werkzaam zijn, door deze vragen geënthousiasmeerd
werden om te reageren. Er wordt voornamelijk over hen gesproken, zij worden
zelf niet aangesproken. Uit de reacties blijkt dat ook, dat deze
voornamelijk afkomstig zijn van beleidsmakers en ondersteuners.
Feit is, dat er wel belangstelling bestond voor digitale toezending van het
e-zine. Vele deelnemers gaven gehoor aan de oproep zich hiervoor in te
schrijven.
3.2 Lokale bijeenkomsten
De bijeenkomsten begonnen lokaal, en mondden uit in een
landelijke bijeenkomst. De lokale bijeenkomsten werden in een viertal
gemeenten gehouden gedurende de maanden maart en april. Zoveel mogelijk
mensen die binnen deze gemeenten bij de Brede School betrokken zijn hebben
hieraan deelgenomen. De keuze voor de gemeenten is gebaseerd op geografische
spreiding, op inwonersaantal van de gemeente, op de verschillende
vraagstukken die hier in het proces van brede schoolvorming mee samenhangen,
en op de fase waarin dit proces er verkeert. Zo konden overeenkomsten en
knelpunten in beeld gebracht worden.
Tot deelname werden die mensen uitgenodigd die in
verschillende rollen en op verschillende niveaus betrokken zijn bij het
Brede School proces. Het zijn:
· Bestuurders: ambtenaren, landelijke, provinciale en gemeentelijke
bestuurders, schoolbesturen, besturen van welzijnsinstellingen en andere
betrokken instellingen.
· Uitvoerders: schoolleiders, stafmedewerkers van Welzijnsinstellingen,
Brede School coördinatoren, leraren, leidsters
Kinderopvang/peuterspeelzalen, medewerkers welzijnsinstellingen, kunst
cultuur, sport, maatschappelijk werk, jeugdzorg, medewerkers verlengde
schooldag en tieneropvang.
· Ondersteunende instellingen, zowel landelijk, regionaal als stedelijk.
De keuze voor de gemeenten is gebaseerd op geografische
spreiding, op inwonersaantal van de gemeente, op de verschillende
vraagstukken die hier in het proces van brede schoolvorming mee samenhangen,
en op de fase waarin dit proces er verkeert. Zo konden overeenkomsten en
knelpunten in beeld gebracht worden. In Rotterdam vormen bij het proces van
Brede Schoolvorming grootstedelijke problemen een belangrijk gegeven, in
Hoogeveen speelt problematiek die samenhangt met verschillende typen
bredeschoolontwikkelingen die zich naast elkaar afspelen.
In Hoogeveen begon men met de vraag: "Hoe verbreden we onze kennis en
ervaring over de Brede School met oog op de toekomst van het onderwijs in
Hoogeveen en wat draag ik daaraan bij?"
In den Bosch luidde de startvraag: "De brede Bossche school Hambaken, hoe is
deze tot stand gekomen, wat is haar betekenis voor ouders en leerlingen, de
betrokken instellingen, en de gemeente; en wat draag ik vanuit mijn
professie èn persoonlijk bij aan de verdere ontwikkeling van de Hambaken?"
In Zaltbommel was de vraag: "De brede School in de gemeente Zaltbommel, hoe
definiëren wij die, wat is haar betekenis voor gemeente, betrokken
instellingen, ouders en leerlingen en wat betekent dit voor mij?"
Startvraag in Rotterdam was: "De Brede School in Rotterdam, hoe definiëren
we die, wat is haar betekenis voor de samenleving in de gemeente, de
betrokken instellingen, ouders en leerlingen en wat betekent dit voor mij?
Om het verschil tussen lokale bijeenkomsten weer te geven volgt hier een
korte schets van het verloop van de dialogen in Zaltbommel, waar de Brede
Schoolontwikkelingen ten tijde van de dialoog op het beginpunt staan, en
waar een grote behoefte bleek te zijn aan basale kennis, en van Den Bosch
waar de Brede School bestuurlijk, organisatorisch en praktisch zijn beslag
gekregen heeft en waar inmiddels de nodige ervaring is opgedaan. Hier ging
het om verdieping, herbezinning, het benoemen van resultaten en het
aanscherpen van de coördinatie. Deze impressies zijn ontleend aan de
verslagen die over deze bijeenkomsten gemaakt werden ten behoeve van
bredeschool.net
Zaltbommel
In Zaltbommel namen 66 vertegenwoordigers vanuit een groot aantal
verschillende organisaties deel.
Ze waren afkomstig uit gemeentelijke
organisaties en gemeenteraden, de Provinciale Staten, scholen voor regulier
en speciaal basis- en voortgezet onderwijs, de Stichting Onderwijs Voorrang,
welzijn, sociaal-cultureel werk, peuterspeelzalen, kinderopvang,
bibliotheek, de GGD, het Maatschappelijk werk, de Stichting Welzijn
Buitenlanders en uit begeleidingsdiensten. In deze plaats staan de brede
schoolontwikkelingen op het moment van de dialoog nog helemaal aan het
begin. Dat werd duidelijk toen de deelnemers aan het begin van de
bijeenkomst hun verwachtingen uitspraken. De verwachtingen voor de
bijeenkomst varieerden van de wens om gezamenlijk een definitie van de Brede
School vast te stellen, tot het opdoen van inspiratie en de behoefte aan een
concrete invulling. Verder was de vraag naar kennis en informatie over de
brede school groot. Een enkele verwachting was zeer specifiek. Zo hoopte een
vertegenwoordiger van de GGD antwoord te krijgen op de vraag of logopedie
bij kan dragen aan de brede school. Enkele raadsleden gaven aan na afloop
van de bijeenkomst graag duidelijk te willen hebben hoe de Brede
Schoolgedachte een politieke vertaling kan krijgen, terwijl de
vertegenwoordiger van de provincie expliciet hoopte te horen wat de
provincie voor de Brede School kan betekenen.
Basisvragen die deze middag werden gesteld luidden: "De
brede School in de gemeente Zaltbommel, hoe definiëren wij die, wat is haar
betekenis voor gemeente, betrokken instellingen, ouders en leerlingen en wat
betekent dit voor mij?" Het verwachte inleidende praatje, de sheets en de
beamer ontbraken. De groep mensen die het gevoel hadden niets of weinig van
de brede school te weten was groot. De roep om informatie kon echter maar op
één manier worden bevredigd: door het uitwisselen en koppelen van de
deskundigheid die ieder vanuit zijn achtergrond en ervaring mee bracht. Voor
veel deelnemers bracht dit aanvankelijk een gevoel van onwennigheid met zich
mee.
De eerste discussies ontstonden tijdens de stellingenmarkt. Tijdens deze
discussies werd onderling een actief begin gemaakt met het werken aan
begripsverheldering door om elkaar om nadere uitleg te vragen of de
stellingen toe te spitsen. Is de brede school synoniem aan een gebouw?
Vormen de zorginstellingen de belangrijkste partner van de Brede School? Is
de Brede School een gemakkelijke bewaarplaats voor de kinderen van werkende
ouders?
Nadat de stellingen waren geclusterd, konden de
verschillende discussierondes over de verkochte stellingen beginnen. Er
gebeurde van alles. Zo vroeg een beleidsmedewerker expliciet aan
professionals uit het veld, die zich bezig hield met het thema "identiteit",
toch vooral van deze gelegenheid gebruik te maken om de gemeente duidelijk
te maken wat zij nu willen. Elders werd geconcludeerd dat de brede school
niet synoniem is aan een gebouw. Dit was een nieuw gezichtspunt voor de
deelnemers dat zorgde voor een ander perspectief. De groep die zich bezig
hield met visievorming deed bewust een stap terug: je hebt een visie nodig,
maar hoe ontwikkel je die eigenlijk? In de groep die de rol van de gemeente
bediscussieerde werd duidelijk dat de gemeente aan moet sluiten bij kleine
succesvolle voorbeelden uit de praktijk, om vandaar uit enthousiasme en
draagvlak te genereren.
Nadat de uitkomsten van de stellingen plenair waren
gepresenteerd en op belang gewogen waren, was het tijd om kort te evalueren.
Algemeen werd geconcludeerd dat in Zaltbommel de gemeente nu eerst aan zet
is. Hoewel een aantal deelnemers graag nog meer kennis had opgedaan, gaf een
deel van hen aan veel geleerd hebben en nieuwe ideeën te hebben opgedaan.
Den Bosch
De afgelopen jaren is hier hard gewerkt aan het realiseren van Brede
Scholen. Eén draait er inmiddels enkele jaren. De tweede brede school is in
september 2002 gestart, hoewel aan het gebouw momenteel nog de laatste hand
gelegd wordt. Binnen afzienbare tijd zullen er nog twee Brede Bossche
Scholen bij gebouwd worden. De activiteiten concentreren zich in een
multifunctioneel gebouw per (aandachts)wijk. Het concept kan globaal worden
samengevat als "Voor de wijk en door de wijk".
Er lopen hier dus heel wat ervaringsdeskundigen rond, die allen werken
binnen dit ene, centrale concept. Dit maakt de situatie in Den Bosch vrij
uniek. Tijdens de discussies komen onder meer aan het woord: een beheerder,
leerkrachten en schooldirecteuren, sociaal cultureel werkers en leidsters
uit de kinderopvang. Ook beleidsmedewerkers uit de bibliotheek, de
jeugdzorg, de gemeente, de wethouder onderwijs en een vertegenwoordiger van
het stichtingsbestuur van de Bossche Brede Scholen laten van zich horen,
evenals stedelijk coördinator Arnold Reijnen, de schakel tussen het
stichtingsbestuur en scholen. Professionals dus, die werkzaam zijn op
verschillende niveau's in verschillende organisatie. Ieder brengt zijn
specifieke deskundigheid en ervaring mee.
Na afloop van de discussieronden werd tijdens de plenaire
presentatie van de uitkomsten duidelijk dat, ondanks de setting binnen één
gebouw, hét verhaal over de Brede School in Den Bosch nog niet bestaat.
Ieder bracht zijn eigen verhaal mee, reagerend vanuit een eigen belang,
eigen professionele deskundigheid en een persoonlijke invalshoek. Deze
verhalen worden onderling nog veel te weinig uitgewisseld. Naar het zich
laat aanzien, biedt deze Brede School dialoog - bijeenkomst daarvoor een
nieuwe opening. Door de gehanteerde discussie-methode komt ieder deze middag
aan bot, neemt men elkaar serieus en probeert men samen verder te komen.
Hetgeen terug te vinden is in de eindconclusies, die onder meer de behoefte
aan een nabij management, samenwerking, visievorming en communicatie
duidelijk weerspiegelen. Of te wel: men wil binnen de brede school niet
langer op een (schier)eilandje werken. Belangrijkste algeméne conclusie is
wel dat ieder gelooft in de brede school, dat de tijd voor verbetering en
verdieping nu is aangebroken, en dat elke deelnemer gemotiveerd is om
daaraan zijn specifieke bijdrage te leveren, uitgaand van het belang van
wijkbewoners.
Top 5 Lokale bijeenkomsten:
Hoogeveen:
- De gemeente faciliteert financieel
- Voldoende financiële middelen noodzakelijk
- Er zijn meerdere typen van Brede Scholen
- Het kind staat centraal
- Ieder heeft zijn eigen belang, maar dat moet je juist
samenbrengen
Den Bosch:
- Aanstelling van een lokale manager
- Een procesmanager voor elke Brede School locatie
- Visie vraagt permanente aandacht
- De Brede School: Locatiemanager (inhoud en beheer),
uitnodigend voor de wijkbewoners, een vervolg geven (vorm geeft inhoud)
- Gemeenschappelijke wijkanalyse als fundament van het
activiteitenpakket (vraaggericht, i.p.v. aanbodgericht)
Zaltbommel
- Kind centraal
- Binnen een gemeente meerder Brede Scholen mogelijk met
eigen identiteit en faciliteiten
- Een goede match tussen behoefte, maatschappij, jeugd,
voorzieningen op basis van goede analyses
- De Brede School bevordert levendigheid/leefbaarheid. In
wijk minder ellende, meer betrokkenheid.
- Er moet beleid komen, anders werken we ad hoc.
Rotterdam
- De sleutel van het succes van de Brede School is de
samenwerking van bondgenoten t.b.v. het leren en ontwikkelen van het kind:
1 en 1=3
- Samenwerking is geen doel op zich
- Pedagogisch concept staat centraal
- Doel moet je gezamenlijk ontwikkelen, met alle partners
die willen, op alle niveaus.
- Als Brede School moet je eerst een visie ontwikkelen
van hetgeen je met ouders wilt.
3.3 Landelijke bijeenkomst
Op 25 april vond de finale van de Brede Schooldialoog
plaats. Tijdens de landelijke bijeenkomst met ruim 60 deelnemers was de
startvraag: Welke belangen spelen lokaal en centraal een rol bij de
ontwikkeling van de Brede School en wat betekent dat voor mij?
Een deel van de aanwezigen kwam voort vanuit deelname aan de eerder gehouden
lokale dialogen. Deze "lokale ervaringsdeskundigen" namen de nodige opgedane
inhoudelijke kennis plus een aantal inmiddels aangescherpte standpunten mee.
Veel van hen zijn werkzaam als coördinatoren, directieleden en
ondersteuners. Enkelen zijn kinderwerker of leerkracht. Voor deze finale
werd dit deelnemersveld uitgebreid met medewerkers van VWS en OC&W, VNG en
(besturen)organisaties zoals het NISB, Cultuurnetwerk Nederland, de MO-groep,
de VSW. Staatssecretaris Vliegenthart moest wegens ziekte verstek laten gaan
en werd vervangen door de heer van Gastel de nieuwe DG Welzijn. Mevrouw
Adelmund zou in de loop van de middag nog een staartje van de discussie
meepakken. Locatie was het partycentrum van Artis in Amsterdam. Hieronder
een verslag van deze landelijke bijeenkomst. Vervolgens leggen we kort de
verschillende uitkomsten van de lokale bijeenkomsten en de landelijke
dialoog bij elkaar.
Welke eigenschappen zet je in bij het werken aan de Brede
School? Tijdens de kennismakingsronde werd hierover een en ander duidelijk.
Ieder werd gevraagd om zich te identificeren zich met een dier uit Artis. Al
snel bleek dat de collectie van deze dierentuin ontoereikend was voor de
deelnemers aan deze dialoog. Opvallend was het aantal roofdieren, die
tactisch te werk gaan en toeslaan op het juiste moment. Dit geldt ook voor
de spin in het web. Bovendien is hij van alles op de hoogte. Kameleons
kleuren mee met hun omgeving. Horzels en teken geven niet op en houden de
zaken voortdurend op scherp. Mooi was het beeld van de walvis: ze
communiceren van nature en doen dit ook over kilometers afstand. Iets om
jaloers op te zijn. Een enkele beleidsmaker identificeerde zich met een
flamingo die chique op een been zachtjes wat heen en weer wiebelt.
De ruimte was versierd met alle sfeervolle tekeningen die een impressie
gaven van de eerder discussies. Ze dienden ter inspiratie bij het formuleren
van stellingen. Een andere inspiratiebron vormden de thema's die uit eerdere
discussies waren meegenomen. Het waren thema's als de taakbelasting van het
onderwijzend personeel, sociale competentie, de regierol van de gemeente en
de inbreng van ouders en kinderen. Deze thema's zouden gedurende de dag,
soms enigszins verpakt in bredere stellingen, nader terugkomen. Concrete
vraag voor deze dag luidde: Welke beelden en belangen spelen lokaal en
centraal een rol bij de Brede School, en wat betekent dat voor mij?
Tijdens de stellingenmarkt werden de meeste stellingen vlot geformuleerd en
verkocht. Gedeeltelijk borduurden de stellingen door op issues die ook
tijdens de lokale dialogen belangrijk waren. Coördinatie, communicatie,
samenwerking, visieontwikkeling en middelen blijven voor alle betrokkenen
van groot belang. Ook wordt opnieuw aandacht gevraagd voor het feit dat het
kind centraal staat. Andere thema's konden deze dag wat meer integraal
behandel worden. Enkele stellingen gaven de discussie een nieuwe impuls.
Interessant was bijvoorbeeld de stelling dat "Het brede school concept het
enige echte antwoord is op de vraag: hoe kunnen kinderen uit
achterstandsmilieus goed inburgeren in onze samenleving?" Thema's werden
onder meer "Overheid en zeggenschap", competenties, ontwikkeling tot
maatschappelijke participatie en profiel.
Doordat er bij deze landelijke finale per thema twee
gespreksronden werden georganiseerd, was er ruimte voor verdieping. Ook
kwamen er nieuwe aspecten van een thema aan de orde. Zo stapte men bij het
thema profiel over naar de Brede School in het VO, die overigens in de
conclusies van deze dag niet meer terug zou komen.
Dat samenwerken ook betekent: gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen,
blijkt ook tijdens een dag als deze. En dus ook: gezamenlijk naar
oplossingen zoeken.
Al met al bieden de stellingen, thema's en de op hun belang gewogen
uitkomsten van de discussies een overzicht van wat medewerkers, die op
verschillende niveaus werkzaam zijn, vanuit hun achtergrond en specifieke
ervaring nu werkelijk belangrijk vinden.
Prioriteiten liggen plaatselijk verschillend, hetgeen
logisch past bij het feit dat de Brede School een lokale aangelegenheid is,
waar per gemeente en per wijk maatwerk geleverd wordt. Toch vertonen de
gezamenlijke lokale en landelijke uitkomsten grote overeenkomsten.
De belangrijkste thema's zijn visievorming en de samenwerking tussen de
verschillende partners. Een visie, die met de verschillende partijen
gezamenlijk ontwikkeld moet worden. Een samenwerking die, ook daar is brede
consensus over, in de eerste plaats ten dienste staat van het kind (en niet
van, bijvoorbeeld, efficiency wat betreft kosten of huisvesting). Aspecten
van samenwerking die belangrijk gevonden worden zijn: de organisatorische
vormgeving van deze samenwerking, de manier waarop partijen elkaar in de
praktijk kunnen vinden en het komen tot gedeelde doelstellingen. Een goede
coördinatie en professioneel management zijn daarbij broodnodig.
Het belang van het kind wordt in de eerste plaats vertaald als het bijdragen
aan de sociale ontwikkeling door het ontwikkelen van sociale competenties.
Een ander belangrijk perspectief is dat van de dagindeling. Hier ligt een
controverse: is de Brede School er nu voor alle kinderen (Hoogeveen), of
ligt de prioriteit bij achterstandskinderen? (o.m. in Rotterdam).
De rolverdeling tussen de verschillende partijen kunnen spelen is kennelijk
nog weinig uitgekristalliseerd. Daarvoor is er zicht op elkaars kwaliteiten
nodig. Het betrekken van ouders komt nog weinig tot stand, maar wordt
unaniem als belangrijk gezien. Jammer was het daarom dat ouders bij deze
discussies als partij ontbraken.
"Hoe- vragen", zoals de vraag hoe de vertegenwoordigers van de verschillende
partijen persoonlijk aan de wording van de Brede School bijdragen, bleven
veelal liggen. Deze bijdragen zullen de komende jaren op centraal-, lokaal-
en op brede School-niveau nader geconcretiseerd moeten worden.
Als Ministeries, VNG en (besturen)organisaties van het onderwijs, welzijn en
zorg er in slagen de in de discussies gedeelde lokale ervaringsdeskundigheid
te laten doorklinken, kunnen zij in hun ondersteuning en beleidsvorming een
betere aansluiting vinden bij de praktijk. Want over het feit dat
initiatieven van onderop vorm moeten krijgen, bestaat bij alle deelnemers,
inclusief de vertegenwoordigers van deze overheden en organisaties zelf, een
brede consensus. Zij kunnen beleid op de praktijk toesnijden en deze met
passende bestuurlijke en financiële maatregelen faciliteren en ondersteunen.
Wat betreft de deelnemers onder meer het bewerkstelligen van ontkokering
tussen beleidsvelden, het scheppen van de voorwaarden tot communicatie en
het stimuleren van samenwerking. Deze zaken zijn hier nadrukkelijk genoemd
als nodig om de Brede School verder succesvol te kunnen ontwikkelen. En dat
er aan dit laatste in brede kringen gemotiveerd wordt gewerkt is na deze
centrale bijeenkomst in het kader van de Brede School-dialoog volstrekt
helder.
Top 5 Landelijke bijeenkomst
- Een coördinator is noodzakelijk, liefst in een
onafhankelijke positie;
- Communicatie is respect voor elkaar, machtsstrijd
vermijden, communiceren is niet vergaderen, kleine succesjes vieren, geen
hakken in het zand, belang van evalueren, afrekeken op samenwerken,
blijven praten;
- Relatie doel/middel: de Brede School is een middel dat
verder ontwikkeld moet worden. Het einddoel voor ogen houden (afhankelijk
van locatie); houdt elke stap vast, bouw hem uit, evalueer en neem verdere
stappen, verzamel succesfactoren.
- Samenwerking is meerwaarde om kansen van kinderen re
garanderen;
- Brede School= breed netwerk. Op buurtniveau kijken,
waaraan is behoefte, gezamenlijke punten zoeken en over grenzen heen
kijken. Partners (breed) zoeken en met partners doelen kiezen.
Naar boven

4.1 Conclusies ten aanzien van de doelstellingen in relatie tot de
gehanteerde methode
Als doelstelling en opbrengstverwachting wordt onder meer genoemd het
'identificeren van succesfactoren, succesvolle aanpakken en knelpunten'.
Deze doelstelling is bij aanvang van de bijeenkomsten genoemd, maar tijdens
het discussieproces is hier niet op gestuurd. Wel kunnen deze achteraf, aan
de hand van de uitkomsten geïdentificeerd worden.
Een andere doelstelling is het 'formuleren van aanbevelingen met duidelijke
vermelding van probleemeigenaren': Dit kwam tijdens de dialoog niet uit de
verf. Hoewel facilitatoren hier tijdens de discussie op stuurden in de vorm
van de vraag 'en wat doe ik hieraan?', werd deze vraag door de betrokkenen
zelf vaak niet helder beantwoord. De wensen ten aanzien van de plaatselijke
overheid werden wel benoemd.
Als doelstelling en beoogd resultaat worden 'uitwisseling van kennis en
ervaringen tussen actoren in het werkveld' genoemd. Deze uitwisseling is
zeker tot stand gekomen. De gekozen methodiek liet daarvoor alle ruimte. Op
zo'n moment kan een beleidsmedewerker bijvoorbeeld rechtstreeks aan
uitvoerenden vragen wat deze nu eigenlijk van hem verwachten (zie Zaltbommel).
Doelstellingen als 'overdracht van uitkomsten van de uitgezette onderzoeken
en verkenningen' en 'discussie over deze uitkomsten tussen actoren in het
werkveld', kwamen minder uit de verf.
Bedoeling was verder dat de dialoog aan de landelijke overheid en
ondersteuners inzicht biedt in wat er leeft en wat er nodig is. De dialoog
biedt inderdaad voeling van de landelijke overheid met lokale betrokkenen en
vice versa. Op de landelijke bijeenkomst in Artis was er veel contact tussen
lokaal en landelijk waarbij de gemengde groepen van deelnemers aan de
discussie en hun gelijkwaardige status goed werkte. Overigens was dit
laatste voor betrokkenen van de landelijke overheid en organisaties soms wel
even wennen. In dit verband is het jammer dat de rijksambtenaren niet bij de
uitvoering van de lokale bijeenkomsten betrokken zijn geweest. De werknemers
van landelijke koepels van schoolbesturen, PMPO en NIZW die dit wel gedaan
hebben, vonden het een goede manier om een kijkje in de keuken te kunnen
nemen van de lokale brede schoolontwikkeling.
Als deelnemers worden ook ouders genoemd. Ouders werden met enkele
uitzonderingen daargelaten node gemist. Met name MR- leden zijn in Den
Bosch, Hoogeveen en Zaltbommel wel uitgenodigd. Overigens waren de gemeenten
verantwoordelijk voor het versturen van deze uitnodigingen. Het lijkt lastig
ouders te betrekken wanneer het op de bijeenkomst over meerdere (brede)
scholen gaat. Misschien dat het tijdstip van 16.00 - 21.00 uur voor ouders
ook erg ongunstig is.
4.2 Bevindingen bij de gehanteerde methode
De introductie bij de bijeenkomsten was heel kort. Hier was bewust voor
gekozen om direct bij aanvang een sfeer te creëren waarin mensen de mouwen
opstropen en samen aan het werk gaan, in plaats van een luisterende houding
aan te nemen. Inderdaad ontstond op deze manier een echte werksfeer.
Tijdens de korte introductie werden kader en opdrachtgever niet of slechts
kort genoemd. Uit reacties bleek dat dit niet alle aanwezigen het kader
helder hadden. Aan het eind van de bijeenkomsten werd dit kader voor alle
aanwezigen alsnog genoemd. Er werd verwezen naar de digitale dialoog en naar
de landelijke bijeenkomst. In de uitnodiging die de deelnemers in Rotterdam
ontvangen werd overigens wel duidelijk gemaakt in welk kader de
verschillende dialoog bijeenkomsten plaatsvonden en wie de opdrachtgevers
waren.
Deelnemers werden aangesproken op hun ervaringsdeskundigheid. Niet alle
deelnemers durfden zichzelf zo in te schatten. Dit leidde, met name in
Zaltbommel, waar de Brede School ontwikkelingen nog helemaal aan het begin
staan, tot verwarring en een gevoel van onmacht dat een succesvolle
discussie aanvankelijk in de weg stond. Hier werd niet adequaat op
ingespeeld. Deelnemers hadden hier kunnen worden aangesproken op hun
inmiddels opgebouwde professionele deskundigheid, en op hoe zij deze in
zouden kunnen zetten in de Brede School.
Tijdens de dialoogbijeenkomsten werd, zoals al eerder weergegeven, geen
gebruik gemaakt van het theoretisch kader. Wellicht hadden theoretische
deskundigheid en ervaringsdeskundigheid elkaar expliciet aan kunnen vullen.
Bijvoorbeeld door in de uitnodiging het discussiestuk mee te sturen en
duidelijk aan te geven dat men tijdens de dialoogbijeenkomsten expliciet
gericht zou zijn op lokale ervaringsdeskundigheid. In elk geval is gedurende
deze dialoog deze kennis niet expliciet gekoppeld.
Bij het samenstellen van de discussiegroepen werd uitgegaan van inhoud, van
stellingen die deelnemers aan elkaar wilden "verkopen" en vervolgens wilden
uitwerken. Daarnaast werd er gebruik gemaakt van een ingenieus
kleurensysteem. Er ontstond zo een mix van deelnemers vanuit verschillende
professionele achtergronden die werkzaam zijn op verschillende niveaus. Door
deze mix van deelnemers aan de discussiegroepen kwamen mensen die elkaar in
de praktijk zelden of nooit ontmoeten serieus met elkaar in gesprek. Dit
zette aan tot integraal denken. Dat leidde aantoonbaar tot nieuwe inzichten
bij deelnemers en een beter begrip voor elkaars positie.
Deelnemers waren in termen van de offerte "verantwoordelijk voor inhoud én
proces". Dat is een belangrijke combinatie die zich ook in de praktijk van
het werken in de Brede School manifesteert. Deelnemers namen deze
verantwoordelijkheid op en namen hun rollen serieus, waardoor de discussie
konden slagen.
De discussies gaven aan de deelnemers inzicht in de "ingrediënten" van het
Brede Schoolproces, of te wel de factoren die hierbij een belangrijke rol
spelen, en maakten duidelijk waar verbindingen en afhankelijkheidsrelaties
liggen.
Wellicht lijken een aantal conclusies obligaat. Iedereen weet dat je een
visie nodig hebt, dat je moet samenwerken etc. Maar wanneer mensen praten
vanuit hun eigen praktijk, en tijdens discussies "doorleefde"
praktijkervaringen uitwisselden, kwamen mensen op een inductieve manier tot
dergelijke conclusies. Op deze momenten ontstaat eigenaarschap, en
realiseren mensen zich vanuit eigen ervaring waaróm samenwerking, een visie
etc. nodig zijn.
Wat dit betreft vormde deze discussie een weerspiegeling van de manier
waarop er vaak aan de vorming van de Brede School gewerkt wordt. Niet in
eerste instantie vanuit vaststaande kaders en regels. Maar als een proces
dat partners gezamenlijk doorleven, benoemen en vorm geven, aansluitend bij
de lokale realiteit. Ongetwijfeld hebben de opdrachtgevers het Brede School
proces op de locaties waar de dialoogbijeenkomsten plaats vonden een
belangrijke impuls gegeven.
De lokale bijeenkomsten vingen aan in de tweede helft van de middag en
duurden tot halverwege de avond. Dit was voor veel aanwezigen een goed
tijdstip omdat het hen, in combinatie met hun drukke werkzaamheden, de
mogelijkheid gaf om deel te nemen. Dit gold met name voor mensen die werken
op uitvoerend niveau. Er was echter weinig tijd om te eten. Ook logistiek
was het aanbod van voedsel niet altijd goed gepland, zodat lange rijen
ontstonden. Kortom: mensen hadden soms gewoon honger en met een lege maag is
het lastig discussiëren.
4.3 Bevindingen ten aanzien van de digitale discussie
Wellicht had de deelname aan de digitale discussie bevorderd kunnen
worden wanneer de site tijdens de lokale bijeenkomsten bekeken en
geraadpleegd had kunnen worden. Men had de deelnemers ook mondeling
nadrukkelijker uit kunnen nodigen om aan deze discussie deel te nemen.
Feit is, dat er wel belangstelling bestond voor digitale toezending van het
e-zine. Vele deelnemers gaven gehoor aan de oproep zich hiervoor in te
schrijven.
De mogelijkheid voor de digitale discussie was niet opgenomen in het
oorspronkelijke plan. Aan de uitwerking van de digitale discussie is verder
weinig aandacht besteed, omdat de meeste aandacht uitging naar de lokale
bijeenkomsten. Voor een mogelijk toekomstige digitale discussie zou dit van
te voren beter uitgewerkt moeten worden.
4.4 Conclusies ten aanzien van de dialoogthema's
De dialoog biedt een aantal concrete uitkomsten. Hieronder worden, in
willekeurige volgorde, een aantal onderwerpen met bijbehorende conclusies
aangegeven en wordt, indien van toepassing, aangegeven wat er in het kader
van deze items van de landelijke en gemeentelijke overheid verwacht mag
worden. Hen worden zowel rollen toebedeeld die betrekking hebben op het
stimuleren van de inhoudelijke ontwikkeling van de Brede School als op het
faciliteren van het proces. De rol van de provinciale overheid kwam
nauwelijks naar voren. De conclusies zijn gebaseerd op de uitkomsten die
door de deelnemers aan de verschillende discussies als het meest belangrijk
zijn betiteld.
Taakverzwaring
- Taakverzwaring was nauwelijks een thema. Wel werd gediscussieerd over
hoe ieder vanuit eigen professionaliteit zo goed mogelijk met elkaar kan
samenwerken. Die samenwerking in de Brede School moet tot taakverlichting
leiden.
- De coördinator is daarentegen een noodzaak voor het kunnen slagen van
het Brede Schoolproces. Deze heeft uiteraard een belangrijke rol in het
voorkomen van taakverzwaring.
- Samenwerking is de basis van alles. Men pleit in de dialoog voor
daadwerkelijk samen iets doen in de brede school en niet alleen te
vergaderen.
- Doel van de samenwerking is het belang van het kind.
Rol landelijke overheid:
- Een taak van de landelijke overheid zou kunnen zijn om onderzoek te
doen naar effectieve vormen van samenwerking in de brede school
bijvoorbeeld naar het 'Zweedse model'.
- Wellicht vraagt het werken in Brede School om specifieke kennis en
vaardigheden. Mogelijk heeft het antwoord op deze vraag consequenties voor
de opleidingen voor nieuw personeel en naar de invulling van de
deskundigheidsbevordering van bestaand personeel.
- Veel opleidingen zijn al bezig om te kijken hoe hun aanbod afgestemd
kan worden op functies in de brede school. Men vraagt zich af of er nieuwe
functieprofielen moeten komen of dat er in de bestaande
opleidingsprofielen aanpassingen moeten worden aangebracht.
- Werken in de brede school kan het beroep van leerkracht en
welzijnswerker juist aantrekkelijker maken en daardoor een bijdrage
leveren aan het lerarentekort en tekort aan welzijnswerkers.
Rol landelijke overheid:
- Onderzoek naar verheldering van functie- en opleidingsprofielen voor
medewerkers in de Brede School stimuleren.
Betrokkenheid ouders en kinderen
- Ouders zijn moeilijk te betrekken Het zijn echter belangrijke
partners, wiens betrokkenheid en inbreng nodig zijn.

- Elke Brede School heeft een eigen ouderpopulatie. De Brede School
heeft inzicht nodig in de wensen en behoeften van deze (verschillende
groepen van) ouders. Middelen om hen te bereiken moeten op maat worden
toegepast.
- Onderwijs- en opvoedingsvoorlichting zijn belangrijk. Hiervoor kunnen
in de brede school informatiepunten en/of ouder/familiekamers voor worden
ingericht. Op de belangrijke schakelmomenten kan vanuit dit punt
duidelijke en heldere informatie gegeven worden.
- Aan het ontwikkelen van een brede school dient een behoefteonderzoek
onder ouders en eventueel kinderen vooraf te gaan. Dit verhoogt het
draagvlak, bevordert het vraaggericht werken en kan teleurstellingen en
onbegrip voorkomen.
Regierol gemeenten
- Van de gemeenten wordt een faciliterende rol verwacht, geen dwingend
voorgeschreven concept. Ze moet ruimte geven voor maatwerk
- De gemeente kan een breed kader schetsen,
in samenwerking met de
partners, en vervolgens de invulling / inhoud overlaten aan samenwerkende
partners, en met behulp van een goede infrastructuur alle partijen bij
elkaar brengen
- Gemeenten hebben ook een taak om richting provinciale en landelijke
overheid successen en knelpunten te communiceren.
- Rijk, laat over aan gemeenten wat gemeenten moeten doen.
Sociale competentie
- Het begrip sociale competentie is weinig besproken
- Definieer (de school en haar omgeving) het begrip sociale competentie
van doelgroep (leerlingen + ouders/verzorgers) in een bepaalde wijk op
maat: welke sociale competenties zijn er voor onze kinderen in onze
school/omgeving belangrijk.
- Verschillende culturen en talen tussen alle betrokkenen overbruggen,
elkaars taal leren spreken Rol landelijke overheid:
- Verduidelijking van het begrip sociale competentie in relatie tot
andere pedagogische thema's, zonder inhoudelijk voor te schrijven op welke
wijze het begrip in de (Brede) School gestalte zou moeten krijgen
- Landelijk inzichtelijk maken op welke wijze de vorderingen van sociale
competentie gemeten kunnen worden.
4.5 Conclusies ten aanzien van andere thema's
Communicatie
- Het belang van structurele communicatie wordt door de direct
betrokkenen onderschat, ook op de plekken waar de brede school al langer
in de praktijk gaande is.
- Communicatie moet meer en creatiever benut en ingevuld worden om
kennis over de brede school te verspreiden.
Visie
- Dit begrip is veelbesproken
- Een aantal malen wordt daarbij gesteld dat het kind centraal dient te
staan.
- Een visie moet door de partners gedeeld worden
- Een visie is maatwerk
Concepten
- Hier was veel aandacht voor
- Binnen een gemeente zou ruimte moeten zijn voor verschillende
concepten
Rol landelijke overheid
- Het Brede School concept past bij verschillende doelstellingen;
achterstandsbestrijding, sluitende dagindeling, brede ontwikkeling van het
kind. De landelijke overheid kan het ontstaan van een heldere
begripsvorming stimuleren.
Rol gemeentelijke overheid
- De gemeente moet de kaders stellen. Samenstelling buurt/wijk is
daarbij uitgangspunt.
Multifunctionele gebouwen
- Het gebouw mag niet het startpunt zijn voor de opzet van een brede
school. Startpunt is: wat zijn de doelstellingen, wat is er nodig voor de
leerlingen.
- Het gebouw is wel van groot belang voor het welslagen van de brede
school. Een slechte accommodatie werkt erg belemmerd. Bovendien wordt de
slechte accommodatie wel eens als excuus gebruikt voor het falen van
samenwerking tussen de instanties. Samenwerking in een goed gebouw kan
helpen en inspireren om iets moois neer te zetten.
Bevindingen dialoog
- De bevindingen van de gemeenten waar dialoogbijeenkomsten hebben
plaats gevonden zijn positief. De dialoogbijeenkomsten zouden dan ook
voortgezet moeten worden. Er zijn al diverse gemeenten die interesse
getoond hebben voor deelname aan de dialoog in het geval dat deze een
vervolg mocht krijgen. Misschien kunnen bepaalde (steun)organisaties
getraind en toegerust worden om de lokale dialogen in de toekomst uit te
voeren.
Naar boven
Downloadbare
versie (Adobe Acrobat, pdf
451kb)
Downloadbare versie
(Ms Word 867kb)
en
Bijlage
(Ms Word
169kb)
Naar boven |